Meer Behr

Ik laat zoals gezegd in de zomer Albert Vollbehr aan het woord. Zij het ingekort en soms niet letterlijk, om de leesbaarheid te dienen. Vollbehr geeft aan dat degenen die de opvatting van Jezus als mythe aanvallen vaak niet goed gedocumenteerd zijn, omdat de mythicisten weinig serieus genomen worden. Dat leidt ertoe dat de kritiek als een boemerang terugkomt. Zo verging het Bart Ehrman toen hij in 2012 het boek Did Jesus exist? schreef. Het boek ontving zo’n stortvloed aan kritiek van mythicisten dat Ehrman er niet zonder kleerscheuren afkwam en zijn reputatie behoorlijk aangetast is. Het grappigste is wel dat men op het internet in een oud interview waar hem naar zijn mening over het mythicisme gevraagd wordt, kan horen dat hij noch daarover, noch over de theoloog Robert M. Price ooit gehoord heeft. En het vervolgens presteert zich een paar jaar later op te werpen als een expert op dat gebied. Iemand als Rudolf Bultmann zegt:  “No sane person can doubt that Jesus stands as founder behind the historical movement”.  En de christenapologeet William Lane: Mythicism is a position that is so extreme that to call it marginal would be an understatement.”

Geen argumenten. Ik heb het zelf ook ondervonden toen ik theologisch correct over mij heen kreeg. Waaronder Lendering, die, aldus Vollbehr, schrijft: “Wat is de mythische Jezus? Simpel gezegd is het het denkbeeld dat Jezus geen historisch persoon is maar – net als Osiris, Dumuzi of Mithra – een mythisch figuur. Deze gedachte, waar ik bij wijze van inleiding op zal ingaan, is al vrij oud en is in de twintigste eeuw verdwenen, zoals we ook weinig meer horen over flogiston, de holle aarde of craniometrie.”

Mythicisme wordt hier op één hoop gegooid met flogistron, holle aarde en craniometrie, stelt Vollbehr. Ik kan niet nalaten hier ook iets over op te merken. Als je dit trucje gebruikt dan ga je over de schreef als wetenschapper. Je verzwakt je eigen betoog. Maar niet in de ogen van mensen die het allemaal niet door hebben. In wezen gedraagt Lendering zich als populist.

Je moet je verre houden van mythicisme, dat is wel duidelijk. En toen kwam Richard Carrier. De  oudheidkundige die tegenwoordig een leidende mythicist is. In het eerste hoofdstuk van zijn lijvige boek aangaande deze kwestie laat weten dat hij, voordat hij zich in de materie verdiept had, er ook zo over dacht (“crank claim”), maar lezing van het boek van Earl Doherty hem duidelijk maakte dat dit bepaald niet zo is: “But the result surprised me. I found his book well-researched, competentently argued… and more convincing than I’d thought possible.”  Heeft Jona Lendering het boek waar Carrier naar verwijst niet gelezen?

Dat “de gedachte vrij oud is en verdwenen in de 20ste eeuw” stoort me enigszins. Lendering bedoelt ermee te zeggen dat het een verouderde opvatting is die al lang geleden doorslaggevend beargumenteerd weerlegd is. De gedachte is echter nooit erg populair geweest, noch verdwenen, noch kan ik uit de hele 20ste eeuw boeken vinden die het jezusmythicisme beargumenteerd en definitief weerleggen. Er is eerder sprake van iets wat al iets meer dan tweehonderd jaar lang door een enkeling naar boven wordt gehaald, maar nooit uitgebreide aandacht heeft gekregen tot het eind van de vorige eeuw.

De moderne verdediging van het jezusmythicisme aan de hand van wetenschappelijk onderzoek begon op het eind van de 18e eeuw via de Fransen Volney en Dupuis. Charles-Francois Dupuis publiceerde in 1795 een enorm boekwerk genaamd L’Origine de tous cultes , waarin alle godsdiensten herleid worden tot zonaanbidding. Alle mythen van goden die een beproeving doorstaan, sterven en herrijzen, zag hij als uiteindelijk afgeleid van de bewegingen van hemellichamen. Dupuis behandelt het christelijk geloof in één hoofdstuk en ziet het als één van de vele varianten daarvan. Deze zienswijze staat bekend als ‘astrotheologie’, en heeft zijtakken die variëren van “Abraham en Sara en Christus” zijn afgeleid van “Brahman, Saraswathi en Krishna” tot aan “Jesus is a remake of Osiris” (God van Egypte). Theologen hebben de opmerkingen uit de vergelijkende godsdienstwetenschap nooit leuk gevonden en zetten zich er vrijwel unaniem sterk tegen af.

Vanaf 1841 werd het jezusmythicisme door de Duitser Bruno Bauer aangehangen, maar op heel andere gronden, namelijk op grond van een analyse en interpretatie van de nieuwtestamentische Bijbelboeken, waarbij ook de teksten van cynici en vooral Seneca een rol speelde.
Vanaf deze tijd heeft het jezusmythicisme altijd bovenstaande twee invalshoeken gehad, één die vooral van alles naar boven haalt wat zich in andere godsdiensten afspeelt en hoe het via syncretisme naar het bijbelgeloof overgeheveld is, en één die het ontstaan van het christelijk geloof vooral reconstrueert via bijbelonderzoek en relevante teksten die ermee in verband kunnen worden gebracht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.