Weer Behr (en ik even tussendoor)

Het jezusmythicisme heeft altijd deze twee invalshoeken gehad: één die naar boven haalt wat zich in andere godsdiensten afspeelt en laat zien hoe het naar het bijbelgeloof overgeheveld is. En één die het ontstaan van het christelijk geloof vooral reconstrueert via bijbelonderzoek en teksten die ermee in verband kunnen worden gebracht.                                                                              Jezusmythicisme werd nooit populair. Niet verwonderlijk omdat jezusgeleerden vrijwel altijd christelijk waren. Bruno Bauer was en Ludwig Feuerbach  zaten wel op die lijn. Bauer kreeg een betrekking als theoloog te Bonn, maar werd wegens zijn atheïsme binnen korte tijd afgezet.

Ik heb als predikant in Nijkerk hetzelfde meegemaakt. De landelijke kerk hield het lokaal en stelde vast dat ik het ambt van predikant gewoon kon blijven uitoefenen. Dat is positief, maar het illustreert ook dat de macht van de kerk tanende is. In de jaren zestig zou ik er meedogenloos uitgeknikkerd zijn. Het wachten is nu op de volgende die eerlijk durft te zijn. De meeste predikanten gaan het onderwerp gewoon uit de weg. Wat niet weet wat niet deert, op oneerlijkheid kunnen ze jou niet betrappen. Collega’s van me, die mijn boek hebben gelezen en die ik heb aangeboden er met hen over te praten beginnen er nooit over. Ook niet kritisch, in die zin dat ik er naast zit en waarom. Want ja, dat laatste moet er dan wel bij. Daar zit het knelpunt. Dus overleef je als dienstdoend dominee door weg te kijken en de bijbel te gebruiken als kapstok voor het appèl om lief te hebben. Zoals Jezus deed. Die gekruisigd werd omdat hij (vanuit de blik van de modern gelovige)  een bedreiging vormde voor de machten. Dan wel (voor orthodox, confessioneel en evangelisch): die op eis van zijn Hemelse Vader zijn leven offerde om de erfzonde te verzoenen. De opstanding is in de eerste versie niet lichamelijk (of, zegt de moderne dominee in een vage vlucht naar voren: “anders lichamelijk”). In de letterlijk orthodoxe  uitleg gaat er wel een lijk lopen en veertig dagen later naar de hemel zweven. Waarmee het offer voor mij aan waarde verliest. Jezelf laten doodmartelen, OK, dat is geen pretje, maar de godenzoon weet al: overmorgen (zondag) zit ik lekker aan de koffie (de drank verzin ik) en volgende week BBQ met verse vis  (Johannes 21:9). Een kwestie van door de zure appel heen bijten, meer is het niet, deze lijdensweg van de confessionele, evangelische Jezus.

Ik laat Vollbehr weer aan het woord, hij schrijft: Toen Bauer stierf in 1882 schreef Friedrich Engels een artikel over Bauer dat goed opsomt hoezeer men op zijn zienswijze gestudeerd had: “In Berlijn, op 13 april, stierf een man die ooit een rol speelde als filosoof en theoloog, maar waarvan jarenlang zelden meer gehoord werd, of het moest zijn dat hij de aandacht van het publiek trok als “hooggeschoolde excentriek”. De officiële theologen schreven hem af en zwegen hem dood. En toch stak hij boven hen allen uit en deed hij meer dan wie van hen ook wat betreft de vraagstelling naar de historische oorsprong van het christendom.”

Bauers ideeën kregen gehoor in Nederland, onder een groep theologen die de naam van “Nederlandse Radicale School” kreeg. Het jezusmythicisme kreeg een flinke impuls via de historicus Arthur Drews die er een boek over schreef in 1910. Uiteraard werd deze Drews net als Bruno Bauer door de bijbelgeleerden doodgezwegen. Drews schrijft in het voorwoord van de derde : “Wie als niet-specialist zich op het gebied begeeft van welke tak van wetenschap dan ook, en daar een opinie uitspreekt die niet strookt met wat de officiële vertegenwoordigers van die tak van wetenschap van mening zijn, moet erop rekenen dat hij door hen met woede afgewezen zal worden, door hen beschuldigd worden van gebrek aan vakmanschap, gebrekkige methode, en neergezet als een volkomen onwetende. Dit hebben allen die zich over het onderwerp van een historische Jezus hebben uitgesproken, maar geen theoloog waren, ondervonden. Deze ervaring werd ook de schrijver dezes niet bespaard na de publicatie van de eerste editie. Hij is beschuldigd van ‘gebrek aan geschiedkundige opleiding’, ‘partijdigheid’, ‘het missen van de capaciteit om op een geschiedkundige manier te kunnen denken’, enz. En men heeft het hem verweten dat het resultaat van zijn onderzoek al bij voorbaat vaststond. Alsof dat niet juist het geval is wanneer theologen over dit onderwerp schrijven.” 

Wat Drews hier schrijft kun je naadloos toepassen op de reactie van iemand als de historicus Jona Lendering.

In de twintiger jaren sprak de Fransman Couchoud zich uit als mythicist, in 1930 Van den Bergh van Eysinga, en in de zeventiger en tachtiger jaren werd het mythicisme door alweer een historicus, G.A. Wells, opnieuw onder de aandacht gebracht en verdedigd via een serie boeken.                                                  In 1999 verscheen The Jesus Puzzle van Earl Doherty die de aanzet was voor de tegenwoordige populariteit die deze zienswijze geniet. Voor zover ik het kan overzien is het boek van Earl Doherty ook het kundigste boek om de zienswijze te verdedigen dat er tot die tijd toe ooit verschenen was. Het jezusmythicisme heeft vanaf die tijd duidelijk een comeback gemaakt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.