Vannacht werd ik om 3.00 uur wakker. Dat komt vaker voor. Ik doe dan wat je santair pleegt te doen, met zoveel als mogelijk het verstand in de slaapstand. En haastje repje terug naar dromenland. Dit keer echter spoedde ik mij naar mijn mobiele telefoon in de studeerkamer, en toetste ik Nu punt NL in. Om te kijken hoe het met Peter R. ging, of er nog wel sprake was van Peter R. Weinig nieuws. Ook op dit moment niet. Ik weet niet of we daar gelukkig mee moeten zijn. Enerzijds is het nieuws dat wij vrezen nog uitgebleven. Anderzijds mis ik een soort van geruststelling, via een bericht van het type ‘De situatie is ernstig maar stabiel’. Er zit niets anders op dan af te wachten en de tijd te doden met hopen en bidden. (Wie mij kent weet dat ik vooral geloof in de werking van het eerste van dit tweetal).
De maffia is medogenloos. Wie daar tegen opstaat komt in levensgevaar, en ook familieleden zijn niet veilig. Mijn gedachten gingen gisteravond uit naar de film Novencento. Dit vijf uur durende epos uit 1976 gaat over de opkomst van het fascisme in Italië. Fascisme en maffia zijn van hetzelfde laken een pak. De lokale fascist wordt door de held aangepakt en met koeienvla ingesmeerd het dorp uitgejaagd, een boerenvariant op pek en veren. Natuurlijk komt de gouwleider terug, met gewapende militaire fascisten. Zij verzamelen de mannelijke bevolking en bedreigen hen met de dood als zij weigeren de held uit te leveren. In de ondraaglijke spanning begint één van de gegijzelden een bevrijdingslied te neuriën. De fascist wordt woedend en schiet hem dood. Direct daarop klinkt de melodie uit een andere hoek. Ook die man wordt geëxecuteerd. En een derde. Maar het lied verstomt niet, het wordt veelstemmiger en luider. Wat mij doet denken aan de intocht in Jeruzalem, als Jezus toegeroepen wordt met ‘Hosanna!’ Farizeeën verlangen van Jezus dat hij de menigte tot zwijgen brengt, maar hij antwoordt, dat als hij dat zou doen, de stenen het zullen uitschreeuwen. Met andere woorden: Dit geluid laat zich niet tot zwijgen brengen. De fascisten druipen af.
Peter R. is een historische figuur. Echt gebeurd. Een held. En verlosser. Hij heeft veel mensen gered uit de klauwen van monsterlijke justitiële dwalingen. Rechtelozen deed hij recht. Dapper stelde hij zich teweer tegen nog grotere monsters dan die van Justitie (die hem tot voor kort dwars zat, maar ook gebruik van hem maakte in een soort haat-liefde relatie). Monsters zoals misdaad en maffia. Daarbij werd hij niet altijd geholpen door het weldenkende deel der natie. In de onvergetelijke talkshow Pauw & Witteman, haalde Freek de Jonge eens uit naar Peter R de Vries. Die aan de andere kant van de tafel zat in verband met de zaak Joran van der Sloot, waar hij deed wat hij altijd heeft gedaan: slachtoffers tot hun recht laten komen. Geweldig wat hij heeft gepresteerd op dat terrein. Maar de zure aan de overkant, de door mij, tot dan toe zeer bewonderde, cabaretier kon het niet laten snerende opmerkingen te maken. Hij viel diep door de mand. Judas is overal. Zoals deze domineeszoon op sokken, die er in het veilige verleden genoegen in schiep gelovigen belachelijk te maken. Op hilarische wijze. Het was klasse en sprak mij zeer aan. Ik houd wel van zelfspot, en ze (we) maken het er zelf naar, vond – en vind – ik. Maar zie, toen het niet meer de christelijk gelovigen waren, die hun wil aan anderen konden opleggen (zwembad op zondag dicht, bijvoorbeeld) maar moslims dat stokje overnamen en onze fundamentele vrijheden aantastten, telde de cabaterier zijn knopen. Islamieten op de hak nemen, nee dat ging hij niet doen! Je moet respect hebben voor hun geloof, vond hij. Goed bezig Freek! Jij kunt vrij over straat en hoeft niet bang te zijn voor religeuze en misdadige extremisten.
Peter moest wel bang zijn. Maar was dat niet. Onverschrokken als hij was, gelijk de helden in mythen. Het kan overdreven over komen dat ik hem in die categorie plaats en een soort van messias van hem maak. Plaats ik hem daarmee op een goddelijk niveau? Hoewel het daarop lijkt en ik mijzelf ongemakkelijk voel bij deze beeldvorming, handhaaf ik hem toch. Want het ligt omgekeerd. Ik hef Peter R. niet op het schild, maar haal de Messiasfiguur naar beneden. Ook dit loopt het risico misverstaan te worden. U merkt, ik worstel met woorden. Hoe kan ik in godsnaam duidelijk maken wat ik wil zeggen? Het punt dat ik wil maken is dat de held Jezus niet uniek is. Niet in de zin van dat er maar één kan zijn, zoals hij: als enige goddelijk. Jezus is uniek, dat zeker. Maar het is een uniciteit die voor ieder mens haalbaar is. Want, zegt ons geloof: kenmerkend voor de mens is, dat hij in potentie deze goddelijke kracht heeft. Wij zijn allen potentieel Christus. Noem het de kracht van Heilige Geest dan klinkt het een stuk vertrouwder. Alle gelovigen menen dat die kracht met Pinksteren over de geloofsgemeenschap is gekomen. (De verschillen tussen traditionele gelovigen en mij zijn kleiner dan menigeen denkt). Wie uit die kracht put doet goed. Het goddelijke in ons, maakt ons onsterfelijk.
Ik wil mij hoeden voor gemakkelijke troost. Als Peter R. de Vries sterft, is dat zo schrijnend dat alles wat de indruk wekt dat er een mooi verhaal van wordt gemaakt, te vroegtijdig en daarmee ongepast. Dat gaat het niveau van bloemen leggen op de plek des onheils niet te boven, of het houden van een stille tocht. Goed bedoeld, maar toch ergert het mij. Ik ga dus ook niet schrijven dat op de avond van de aanslag, in de EK-halve finale, Italië, de bakermat van de maffia, de sterren van de hemel speelde en zich in het heroïsche duel met Spanje plaatste voor de finale. Dat kan dienen als metafoor van een overwinning op fascisme en maffia, maar op dit moment zijn de verschrikkingen te erg. De opstanding vindt dan ook niet plaats op de dag van de kruisdood. Een incubatietijd van drie dagen (NB niet letterlijk, want dat is te kort) is vereist, om weer gewaar te worden van het opkomend licht. Zoals de maan zich na drie dagen volkomen uit het zicht te zijn geweest, zich met een eerste streepje licht laat zien als opstandeling,
Verslagen en machteloos mogen wij niet zijn, de melodie van vrijheid mag niet zwijgen. De kinderkopjes op de straten zullen het uitschreeuwen als soldatenlaarzen erop marcheren. Hoeveel pijn ook, de samenleving kan het zich niet permitteren iets anders te doen dan opstaan tegen alles wat de humane samenleving bedreigt.
Een leefbare wereld voor al wat leeft. Daar heeft Peter R. de Vries zich ongekend krachtig voor ingezet, zijn leven voor gegeven. Zelf zei hij, naar aanleiding van de moord op advocaat Derk Wiersum en zijn beslissing om in het krijt te treden voor de kroongetuige: “Zulke moorden mogen niet lonen, anderen nemen altijd hun plaats in.” Ziedaar de stenen die hun stem verheffen of de melodie die doorgaat, ook al staan er geweerlopen op gericht. Ik hoop en bid dat Peter R. de Vries nog lang onder ons zal zijn en ons blijvend inspreert om onverschrokken op te komen voor een wereld waarin recht wordt gedaan.