Peter R.

Vannacht werd ik om 3.00 uur wakker. Dat komt vaker voor. Ik doe dan wat je santair pleegt te doen, met zoveel als mogelijk het verstand in de slaapstand. En haastje repje terug naar dromenland. Dit keer echter spoedde ik mij naar mijn mobiele telefoon in de studeerkamer, en toetste ik Nu punt NL in. Om te kijken hoe het met Peter R. ging, of er nog wel sprake was van Peter R. Weinig nieuws. Ook op dit moment niet. Ik weet niet of we daar gelukkig mee moeten zijn. Enerzijds is het nieuws dat wij vrezen nog uitgebleven. Anderzijds mis ik een soort van geruststelling, via een bericht van het type ‘De situatie is ernstig maar stabiel’. Er zit niets anders op dan af te wachten en de tijd te doden met hopen en bidden. (Wie mij kent weet dat ik vooral geloof in de werking van het eerste van dit tweetal).

De maffia is medogenloos. Wie daar tegen opstaat komt in levensgevaar, en ook familieleden zijn niet veilig. Mijn gedachten gingen gisteravond uit naar de film Novencento. Dit vijf uur durende epos uit 1976 gaat over de opkomst van het fascisme in Italië. Fascisme en maffia zijn van hetzelfde laken een pak. De lokale fascist wordt door de held aangepakt en met koeienvla ingesmeerd het dorp uitgejaagd, een boerenvariant op pek en veren. Natuurlijk komt de gouwleider terug, met gewapende militaire fascisten. Zij verzamelen de mannelijke bevolking en bedreigen hen met de dood als zij weigeren de held uit te leveren. In de ondraaglijke spanning begint één van de gegijzelden een bevrijdingslied te neuriën. De fascist wordt woedend en schiet hem dood. Direct daarop klinkt de melodie uit een andere hoek. Ook die man wordt geëxecuteerd. En een derde. Maar het lied verstomt niet, het wordt veelstemmiger en luider. Wat mij doet denken aan de intocht in Jeruzalem, als Jezus toegeroepen wordt met ‘Hosanna!’ Farizeeën verlangen van Jezus dat hij de menigte tot zwijgen brengt, maar hij antwoordt, dat als hij dat zou doen, de stenen het zullen uitschreeuwen. Met andere woorden: Dit geluid laat zich niet tot zwijgen brengen. De fascisten druipen af.

Peter R. is een historische figuur. Echt gebeurd. Een held. En verlosser. Hij heeft veel mensen gered uit de klauwen van monsterlijke justitiële dwalingen. Rechtelozen deed hij recht. Dapper stelde hij zich teweer tegen nog grotere monsters dan die van Justitie (die hem tot voor kort dwars zat, maar ook gebruik van hem maakte in een soort haat-liefde relatie). Monsters zoals misdaad en maffia. Daarbij werd hij niet altijd geholpen door het weldenkende deel der natie. In de onvergetelijke talkshow Pauw & Witteman, haalde Freek de Jonge eens uit naar Peter R de Vries. Die aan de andere kant van de tafel zat in verband met de zaak Joran van der Sloot, waar hij deed wat hij altijd heeft gedaan: slachtoffers tot hun recht laten komen. Geweldig wat hij heeft gepresteerd op dat terrein. Maar de zure aan de overkant, de door mij, tot dan toe zeer bewonderde, cabaretier kon het niet laten snerende opmerkingen te maken. Hij viel diep door de mand. Judas is overal. Zoals deze domineeszoon op sokken, die er in het veilige verleden genoegen in schiep gelovigen belachelijk te maken. Op hilarische wijze. Het was klasse en sprak mij zeer aan. Ik houd wel van zelfspot, en ze (we) maken het er zelf naar, vond – en vind – ik. Maar zie, toen het niet meer de christelijk gelovigen waren, die hun wil aan anderen konden opleggen (zwembad op zondag dicht, bijvoorbeeld) maar moslims dat stokje overnamen en onze fundamentele vrijheden aantastten, telde de cabaterier zijn knopen. Islamieten op de hak nemen, nee dat ging hij niet doen! Je moet respect hebben voor hun geloof, vond hij. Goed bezig Freek! Jij kunt vrij over straat en hoeft niet bang te zijn voor religeuze en misdadige extremisten.

Peter moest wel bang zijn. Maar was dat niet. Onverschrokken als hij was, gelijk de helden in mythen. Het kan overdreven over komen dat ik hem in die categorie plaats en een soort van messias van hem maak. Plaats ik hem daarmee op een goddelijk niveau? Hoewel het daarop lijkt en ik mijzelf ongemakkelijk voel bij deze beeldvorming, handhaaf ik hem toch. Want het ligt omgekeerd. Ik hef Peter R. niet op het schild, maar haal de Messiasfiguur naar beneden. Ook dit loopt het risico misverstaan te worden. U merkt, ik worstel met woorden. Hoe kan ik in godsnaam duidelijk maken wat ik wil zeggen? Het punt dat ik wil maken is dat de held Jezus niet uniek is. Niet in de zin van dat er maar één kan zijn, zoals hij: als enige goddelijk. Jezus is uniek, dat zeker. Maar het is een uniciteit die voor ieder mens haalbaar is. Want, zegt ons geloof: kenmerkend voor de mens is, dat hij in potentie deze goddelijke kracht heeft. Wij zijn allen potentieel Christus. Noem het de kracht van Heilige Geest dan klinkt het een stuk vertrouwder. Alle gelovigen menen dat die kracht met Pinksteren over de geloofsgemeenschap is gekomen. (De verschillen tussen traditionele gelovigen en mij zijn kleiner dan menigeen denkt). Wie uit die kracht put doet goed. Het goddelijke in ons, maakt ons onsterfelijk.

Ik wil mij hoeden voor gemakkelijke troost. Als Peter R. de Vries sterft, is dat zo schrijnend dat alles wat de indruk wekt dat er een mooi verhaal van wordt gemaakt, te vroegtijdig en daarmee ongepast. Dat gaat het niveau van bloemen leggen op de plek des onheils niet te boven, of het houden van een stille tocht. Goed bedoeld, maar toch ergert het mij. Ik ga dus ook niet schrijven dat op de avond van de aanslag, in de EK-halve finale, Italië, de bakermat van de maffia, de sterren van de hemel speelde en zich in het heroïsche duel met Spanje plaatste voor de finale. Dat kan dienen als metafoor van een overwinning op fascisme en maffia, maar op dit moment zijn de verschrikkingen te erg. De opstanding vindt dan ook niet plaats op de dag van de kruisdood. Een incubatietijd van drie dagen (NB niet letterlijk, want dat is te kort) is vereist, om weer gewaar te worden van het opkomend licht. Zoals de maan zich na drie dagen volkomen uit het zicht te zijn geweest, zich met een eerste streepje licht laat zien als opstandeling,

Verslagen en machteloos mogen wij niet zijn, de melodie van vrijheid mag niet zwijgen. De kinderkopjes op de straten zullen het uitschreeuwen als soldatenlaarzen erop marcheren. Hoeveel pijn ook, de samenleving kan het zich niet permitteren iets anders te doen dan opstaan tegen alles wat de humane samenleving bedreigt.

Een leefbare wereld voor al wat leeft. Daar heeft Peter R. de Vries zich ongekend krachtig voor ingezet, zijn leven voor gegeven. Zelf zei hij, naar aanleiding van de moord op advocaat Derk Wiersum en zijn beslissing om in het krijt te treden voor de kroongetuige: “Zulke moorden mogen niet lonen, anderen nemen altijd hun plaats in.” Ziedaar de stenen die hun stem verheffen of de melodie die doorgaat, ook al staan er geweerlopen op gericht. Ik hoop en bid dat Peter R. de Vries nog lang onder ons zal zijn en ons blijvend inspreert om onverschrokken op te komen voor een wereld waarin recht wordt gedaan.

Weg met Jezus, leve Jezus

U hangt al een week aan een cliff, hoog tijd om bij de hand genomen te worden en u uit de dreiging van de afgrond te verlossen. De vraag lag: Wat is er historisch aan het eerste deel van de bijbel, van Genesis tot 2 Koningen? ‘Alles!’ zullen vele christenen, zeggen. Vele? De meeste, vermoed ik. Wereldwijd tenminste. Ik wil best geloven dat dit in Nederland en soorgelijke stammen anders is. Bij ons geen drijvende bijlen, reuzen en Adam en Eva. Terwijl ik dit uit mijn toetsenbord laat gaan bekruipt mij twijfel. Is het wel zo dat gelovigen in Nederland aan de letterlijke betekenis van Adam en Eva voorbij zijn? Ik durf er mijn hand niet voor in de leeuwenkuil te steken. De lezers van mijn blogs? Die wel. Indien dit niet voor u geldt: u wordt direct geroyeerd als abonnee! Nee hoor Ko (zijn echte naam ter redactie bekend), ik houd je er graag bij.

Het verontrust mij wel dat het fundament van het christelijk geloof – de bijbel – zo slecht verstaan wordt. Dat ligt voor een niet onbelangrijk deel aan voorgangers die de goegemeente week in week uit onwetend houden met algemene praatjes dan wel via in dogma’s gedoopt beton, vanaf de kansel tot de gemeente der gelovigen spreken. Ik heb wel eens vol bewondering een zwaar orthodoxe preek van hoog niveau gehoord. Nu pas begrijp ik waarom deze mij aansprak. Zoals niet ongebruikelijk in deze kringen was het uitgangspunt van de verkondiging een fragment uit een brief van Paulus. Niet Jezus maar deze apostel is de grondlegger van ons geloof. Zijn brieven zijn voer voor fijproevers, Van daarop gebaseerde, dogmatisch gestutte, verkondiging kan ik genieten, zoals een kenner een sterrenrestaurant op kwaliteit kan inschatten. Het gaat mis als de predikheren hun gedegen uitleg van Paulus verbinden met het letterlijk nemen van het evangelie. (Toen Paulus leefde was het evangelie er nog lang niet). Zo houd je de mensen onwetend. De Mohikanen zijn allang uit de kerk vertrokken. De laatste zit er nog en is terminaal. Als het zover is gaat het licht uit. Evangelisch en orthodox blijven getalsmatig sterk bestaan. Zij bieden de zekerheid van de letter: Wat er staat is gebeurd zoals het er staat. In plaats van: Wat er staat is waar (maar niet historisch). Het is geen toeval dat veel lezers van mijn blog kerkelijk dakloos zijn geworden. De kerken bieden te weinig voor mensen die nadenken, die de letterlijke uitleg niet meer kunnen accepteren, maar niet krijgen wat ze willen: goede bijbeluitleg als fundament van het geloof. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Als ik een kerkdienst van ds. Piet van Midden (Auteur van de Groeibijbel) bijwoon, kom ik daar opgewekt vandaan. En ds. Carel ter Linden idem dito. Van Nico heb ik al een tijd niets meer gehoord en ook Klaas Hendrikse zwijgt in alle talen. Beide verkondigen niet meer wat waar is maar zijn in de waarheid opgenomen, teruggekeerd naar de bron, sterrenstof.

Niet alles van de bijbel is historisch. Ook niet een flink stuk. Maar bijna niets. Het meeste van de bijbel is niet historisch. Er is dus wel iets te traceren als echt gebeurd. De blauwe planeet is ooit is ontstaan. Heel lang na de oerknal. En nog veel langer dan een week duurde het voordat de homo sapiens de kop opstak. Je mag dat uitdrukken in termen van schepping. Maar weet dat je dan direct al aan de feiten voorbijgaat. Je bevind je dan in de sfeer van het geloof (waar het goed toeven is, geloof ik). Verder met de feiten in de bijbel. De zondvloed is er nooit geweest, maar wel grote overstromingen geweest. En hongersnoden. En droogte. Dat allemaal is er niet alleen geweest, het is van alle tijden. En dan Israël. Israël heeft een wordingsgeschiedenis. Van Nomaden die zich op den duur vestigden en met elkaar een verbond aangingen. Ik heb met genoegen het boek ‘En de zee spleet in tweeën’ van Marcel Hulsplas gelezen. Helder geschreven maar geen gemakkelijk werk (net zoals mijn boek). Informatief over hoe het is gegaan, hoe Israël in een periode van afnemende Egyptische macht, kon groeien.

Toen ik hem opzocht voor de juiste titel van zijn boek, kwam ik ook dit tegen: ‘Jezus wiegje stond in Egypte’. (https://marcelhulspas.nl/home/2021/6/13/jezus-wiegje-stond-in-egypte). Hulspas bespreekt daarin het boek van Tjeu van den Berk over de oorsprong van het christendom. Wie meent dat ik met mijn werk, eenzaam roepend in de woestijn sta, merkt hier, dat het een stuk breder is. Al blijft zelfs Van den Berk een randfiguur. Ondanks de kwaliteiten van zijn werk is hij in de kerk geen bekende. Tjeu houdt overigens vast aan het ooit hebben bestaan van een historische Jezus. Die echter zo ver verwijderd is van de bijbelse figuur uit Nazareth, dat deze van geen enkel belang is. Ik zou het mijzelf gemakkelijker hebben gemaakt als ik de historiciteit van Jezus had laten staan, al is het maar in een stoffig uithoekje, Kaltgestellt. Dat heb ik niet gedaan omdat zijn bestaan geen feit is maar een veronderstelling: een geloof! Dat de toegang naar wat geloof wezenlijk maakt blokkeert. Zou het kunnen zijn dat Van den Berk in de kerk niet echt doorbreekt omdat de historische Jezus bij hem geen betekenis heeft? Ik ben consequenter en onverstandiger, (dat ook) en zeg: Als hij zó onbeduidend is en wij helemaal niets van hem kunnen weten, dan moeten we hem niet handhaven. Want hij staat de juiste bijbeluitleg in de weg. Weg ermee! Wie ervan schrikt dat een dominee over Jezus zegt: ‘Weg met hem’ (het lijkt goede vrijdag wel. Op het plein met Pontius Pilatus op het balkon) moet mijn vervolg oppakken: Leve de Jezus van het evangelie.

Cliffhanger

Verhalen moeten zich niet storen aan de feiten en wij moeten ervoor waken van verhalen feiten te maken. Mij valt de volgende situatie in. Donald Trump overschreed na zijn inauguratie een rode lijn toen hij betoogde dat deze bijeenkomst massaal was bijgewoond. Het was volgens hem een recordopkomst. De feiten bewezen het tegendeel, zelden waren er zo weinig mensen komen opdagen. Op heterdaad betrapt sprak zijn voorlichter van ‘alternatieve feiten’. Wat gebeurde hier? Van feiten maakte zij een verhaal. Het was een typerende opening van zijn termijn, want aan feiten stoorde Trump zich gedurende zijn hele presidentschap niet. Nog steeds niet. Hij wordt er niet op afgerekend door zijn aanhangers. Ook niet als zij weten dat hij liegt. Ik denk ten diepste omdat zij verhalen willen, zij willen geloven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de machtsbasis bij Trump ligt bij evangelische christenen. Die geloven graag en leggen feitelijke onvolkomenheden, zoals tegenstrijdige teksten in de evangeliën (als je ze letterlijk neemt), eenvoudig opzij. Waarom heb ik er moeite mee? vroeg ik mij af. Ik houd toch ook van verhalen? Zeker! Dus ergens spreekt het mij wel aan, al heeft het bij evangelischen maar al te vaak het karakter van verhaaltjes, met gebrek aan diepgang. De kiezel in mijn schoen zit in het feit dat die gelovigen er de pretentie aanhangen van echt gebeurd. Mijn eigen verhaal van vorige week zou ontsporen als ik daaraan diezelfde pretentie zou hangen. Trump zou mijn hart hebben gestolen als hij zou hebben gezegd: ‘Natuurlijk klopt het feitelijk niet, maar wat ik vertel is glorie en wat jullie, tegenstanders, tegenwerpen is zuur. Geef mij en mijn aanhangers maar de glorie, het bestaan is al zuur genoeg.’ Onlangs kraaide de oud-president victorie met zijn feit dat hij als één der eersten had gezegd dat het coronavirus uit een laboratorium in Wuhan is ontsnapt. Dit naar aanleiding van het feit dat de huidige president deze opvatting serieus laat onderzoeken. Wie zich nader in de materie verdiept (dat doen niet degenen die in verhalen willen geloven) zal tot de conclusie komen dat de theorie behoorlijk kansloos is. Het onderzoek moet evenwel plaatsvinden omdat niet-onderzoeken de indruk wekt dat je iets wilt verbergen. Als over een tijd de feiten spreken zal Trump niet op zijn zeepkist gaan staan om te zeggen dat hij er, bij nader inzien, toch naast zat. Integendeel, zijn alternatieve waarheid zal voor de eeuwigheid op het schap worden gelegd. Naast alle alternatieve feiten. (Op dat schap rusten ook de gefraudeerde verkiezingen in onvrede). Waarbij het zal helpen dat nooit met 100% zekerheid vastgesteld kan worden waar het virus ontsprongen is. Wat ook nuttig is, is dat wij weten dat de Chinese overheid de regie over de feiten heeft. Liegen en bedriegen hoort bij de geelhuiden en spleetogen. (Ik had even zin om flink incorrect te zijn). Als Chinese autoriteiten ontkennen dat het virus uit het laboratorium komt, heb zefs ik, de neiging te geloven dat we het in die omgeving van de reageerbuisjes moeten zoeken.

We gaan terug naar de informatie die het vertrekpunt van de blogs over bijbelse verhalen was. De auteur schrijft: Het verhaal draagt een boodschap en zit vol symboliek, het dient in principe figuurlijk opgevat te worden. Om feit en fictie uiteen te halen moet je ook je nuchtere verstand gebruiken en gewoon vragen: Wat kan wel en wat kan niet. Niet vragen: ‘Is het echt gebeurd?’ De hamvraag is: ‘Wat is de bedoeling van de auteur?’

Je hebt twee soorten verhalen: het historisch leerverhaal en het niet-historisch leerverhaal. Beide hebben de vorm van een geschiedverhaal. Verhaalachtige geschiedenis en geschiedenisachtig verhaal. Dit laatste verheugt mij. Deze theorie vond ik immers lang voordat ik mijn boek schreef, waarin ik betoog dat het evangelie als mythe (verhaal) moet worden gezien, waaraan een geschiedkundige saus is toegevoegd. Het blijkt te bestaan (!), geschiedenisachtige verhalen. Dit bewijst natuurlijk niet dat het evangelie ook in deze categorie valt, maar het is wel wind in de rug. De wind waait waarheen hij wil en dit keer wil hij, dat wij ons bewust worden van het mogelijke karakter van het evangelie.

Een historisch leerverhaal houdt in: Er kunnen historische gebeurtenissen aan ten grondslag liggen. Je kunt je ten aanzien van dit verhaal zinvol afvragen: Wat is er gebeurd? Het gaat de schrijver niet om een reconstructie van het verleden. Hij ordent overleveringen en maakt er een samenhangend geschiedverhaal van. Zoals bijvoorbeeld de bijbel van Genesis tot 2 Koningen één groot geschiedverhaal is van Israël. Vanaf de schepping tot de ondergang van Juda en de ballingschap. De ingrediënten zijn: flarden van mythen, legenden, sagen, anekdotes, volksverhalen, heldenverhalen. Een en al verhaal, maar met historische elementen. Wat is hieraan historisch?

Blijf aan de cliff van deze vraag hangen, Volgende week kom ik u mijn reddende hand reiken.

Verder naar onderen scrollen voor eerdere blogs

Liever “leugen”

Verhalen lezen in de bijbel. ‘Daarover gaan we het volgende week hebben’, zei ik vorige week. Belofte maakt… Juist, daar zijn we dan. In bijbelse tijd vatte men ‘geschiedenis’ anders op dan wij heden doen. Wij richten ons op feiten. En doen dat – als we het goed doen, zo objectief mogelijk. Machthebbers als Trump, Poetin, Orban, Xi, Erdogan (helaas is de rij schier onuitputtelijk) liegen de boel schaamteloos bij elkaar, maar hanteren hetzelfde principe: Het gaat ook hen om feiten. Zoals: MH 17 is door Oekraïne uit de lucht geschoten, niet door ons, Russen. Vertelden ze maar verhalen, dan zou de wereld er een stuk beter voor staan. In andere tijden maakte men niet het onderscheid tussen feit en fictie. Met de kennis van nu betekent dit nogal wat. Als zij iets verzinnen – in onze beleving uit de duim zuigen, dan is dat voor ons niet zo waardevol. En dan zeg ik het nog gematigd, want na een kwade dronk roepen we: Leugens! Gelijk hebben we! Of niet natuurlijk. Maar mijn sympathie gaat naar mijzelf uit (Wij van WC eend adviseren …). Ik merk bij mij dat ik niet feitelijke verslagen ter kennisgeving aanneem en daar zelfs waarde aan hecht, maar dat onbewust (of eigenlijk niet onbewust) iets in mij roept: Niet echt gebeurd, dus niet van grote betekenis. Mij valt iets in dat in 1990 of 1992 moet zijn gebeurd. Een voetbaltoernooi, WK of EK. Nederland moest in een volgende ronde tegen Duitsland. (In die tijd stelde het Nederlands Elftal nog wat voor en leunde het niet op een ongevaccineerde energievreter die het moet hebben van zijn loopvermogen). Ik woonde in Zeddam, enkele kilometers van de Duitsers. Zeg maar de Sudeten Duitsers. Maar nu begeef ik mij van de feiten reeds in het verhaal; en, merkt u het?, het wordt meteen leuker. In het vervolg gaat u dat ook beleven>>> In een verhaal dat zich toen in mij vormde, vertel ik, dat ik de dag waarop de ontmoeting met de Duitsers in het speelschema stond, ik Duitsland in fietste met een portret van koningin Wilhelmina op de bagagedrager. En dat ik de Duitsers die mijn pad kruisten toeriep: ‘Heute Schluss!’ Blikken van verbaasde Duitsers kwamen in mijn gezichtsveld. Hetgeen mijn stemming alleen maar nog beter maakte. Ik was hier persoonlijk de tweede Wereldoorlog aan het beslechten. Ik merk op dat in die tijd Duitsland voetbalvijand nummer 1 was. Als de scheidsrechter het beginsignaal had doen klinken en de bal begon te circuleren riep ik steevast met luide stem: “Pak die moffen!!!” Het moge duidelijk zijn: Over de grens bij de Oosterburen wreef ik hen de komende nederlaag graag in. De werkelijkheid is een stuk minder dan het verhaal. Een portret van Wilhelmina had ik niet. Anders zou ik het op de fiets hebben meegevoerd, dat wel. Ik heb inderdaad ‘Heute Schluss!’ geroepen, maar slechts naar automobilisten die het niet eens gehoord hebben. De uitslag weet ik niet precies maar ik herinner mij nog wel dat Nederland kansloos ten onder ging. Vergelijk de feiten met mijn verhaal, dan gaat mijn voorkeur uit naar het verhaal. Dat zal bij u niet anders zijn. Zo werkt het dus. En nu naar het artikel waardoor ik mij laat inspireren. Daarin staat: “Geschiedenis is om te leren.  De geschiedschrijver vraagt niet rationeel of iets echt gebeurd is, maar vraagt zich af of mensen door een overlevering geraakt werden.”

U hebt meer aan mijn verzinsels over mijn grensoverschrijding bij ‘s-Heerenberg dan aan een feitengetrouw verslag. Ik lees: “De geschiedschrijver van toen richt een appèl tot de hoorders, dat niet verstandelijk is, maar tot het hart gericht.” Dat is precies wat ik ook heb gedaan. De harten geraakt, om te beginnen mijn eigen hartkamers. Een glimlach op het gelaat gecreëerd. Een portret van koningin Wilhelmina op de bagagedrager als teken aan de wand! Heerlijk! Ik had het kunnen afronden met een smadelijke nederlaag van de Duitsers. Niet echt gebeurd, maar veel sprekender. Net zoals bijvoorbeeld de enorme groei van de christelijke beweging waar Handelingen melding van maakt. Tel het niet na, je wordt diep teleurgesteld. Aan feiten voorbij is het aanstekelijk en breekt de zon door. Waar ik nu in ga zitten.

Als het goed is opgeschreven…

Twee dagen geleden overleed L.A. Snijders, de grote schrijver van de kleine verhalen. Uitvinder en grootmeester van het genre ZKV (zeer kort verhaal). Hij had als motto: “Als het goed is opgeschreven, is het waar”. Dit raakte mij direct! Voor mij is dit een waarheid in enkele woorden. Bovendien een opsteker voor de bijbel. Want als er iets goed opgeschreven is, dan zijn het wel de bijbelse verhalen. Daarom staat de bijbel onverwoestbaar op de ranglijsten van beste boeken. De bijbel is weliswaar meer dan verhalen alleen. Er staan ook brieven in. En liederen. En wetsteksten. Het valt mij in, dat met name die wettelijke regels vaak beton zijn waar je niet doorheen kunt ploegen. Dat zijn dan ook geen verhalen. Zijn ze eigenlijk wel waar? Waarschijnlijk niet. Niet altijd, maar vaak, zijn ze tijdelijk en plaatsgebonden. Interessant voor een historicus. Maar niet voor mij. Wellicht is dit een invalshoek om kaf en koren van elkaar te kappen. Zoals de voorgeschreven steniging van overspelige vrouwen en homo’s. Dat staat wel in de bijbel, maar we moeten ons er maar niet aan houden. Dat deden we al niet, zelfs fervente letterknechten niet. Die houden het bij discriminatie, bij sociale steniging als het ware. Ik begrijp nu pas echt waarom je dergelijke teksten naast je neer moet leggen, afgezien van de morele verwerpelijkheid ervan. Het is omdat het geen verhalen zijn.

Onzin vinden we ook in fragmenten van brieven van Paulus. Die lokaal van karakter zijn, zoals de verplichte hoofdbedekking voor vrouwen. Werp weg!, ook al staat het in de bijbel. Wie mijn boek gelezen heeft, weet dat ik de apostel hoog houd, hij is de schakel naar het oorspronkelijke christendom, de mysteriereligie (waar je uitsluitend via diepe kennis -gnosis – weet van hebt). Grote delen van de brieven van Paulus zijn dan ook allesbehalve lokaal. Ze zijn universeel. En daarom van wezenlijk belang. Ik denk bijvoorbeeld aan Galaten 3: 28, dat het onderscheid tussen mensen opheft. Mannen en vrouwen – en andere groepen –  zijn gelijkwaardig in Christus. Over Jezus Christus gesproken, komt deze waarheid direct binnen. Immers goed opgeschreven, dus waar. Maar zwaar. Ontoegankelijk voor de gewone man, laat staan vrouw. (Seksistisch grapje,  excuseer). Eerlijk gezegd snap ik zelf geen hout van Paulus, ik ben kennelijk nog lang niet ingewijd in de geheimen van onze religie. Rommelen aan de oppervlakte, veel verder ben ik nog niet gekomen. Ten faveure van mijzelf (ik wil mij niet helemaal de grond in boren) voeg ik toe dat de meeste gelovigen nog niet eens aan het rommelen toe zijn. Die blijven steken in onbeweeglijke dogmatiek en kenmerken zich daarmee als onbewogen gelovigen.  

Liever dan de schriften van Paulus wend ik mij tot de verhalen. Mits goed geschreven, zijn die universeel en eeuwig. In mijn boek noem ik in dat verband Roodkapje en andere sprookjes. Een gereformeerde dominee uit Nijkerk liep daarop paars aan en doopte zijn toetsenbord in gif. Wat dacht die Van der Kaaij wel met het gelijkstellen van sprookjes met de bijbel?!!!  Meer nog dan toen begrijp ik nu waarom ik het goed had gezien: bijbelse verhalen en sprookjes zijn, om het met wijlen Snijders te zeggen, goed geschreven en dus…

Het is een haast wonderlijk toeval maar in mijn computer vond ik materiaal over verhalen in de bijbel. Ik heb geen idee waar ik het vandaan hebt gehaald, dus kan ik helaas geen bron vermelden. Lang geleden heb ik het opgeschreven. Het ziet er uit als een samenvatting en interpretatie wat ik had gelezen. Met als opschrift: Verhalen lezen in de bijbel. Daar moeten we vanaf volgende week maar eens nader naar kijken.

Verder naar onder scrollend vindt u eerdere blogs.

Vervolg (s)preken over Jezus

‘Hoe nu verder zonder de lijfelijke Jezus?’ was de vraag die ik stelde in een recente preek. In vervolg op de vorige blog vragen we ons af: Wat krijgen we nou! Gaat ds. Van der Kaaij er toch vanuit dat er een historische  Jezus heeft bestaan? Ik kan u gerustsellen (of is het teleurstellen?): Dat niet. Wel zou deze vraag precies zo gesteld kunnen worden door predikanten die er rotsvast van overtuigd zijn dat er een Jezus van Nazareth is geweest. Sterker nog: ik denk dat dit vaak gebeurt bij de bepreking van dit bijbelgedeelte. In het vervolg van de preek is echter duidelijk dat ik alleen maar aansluit bij de tekst als verhaal, niet als geschiedenis. Wel heb ik het mogelijke misverstand kennelijk voorzien. Dat zie ik als ik voortga en zeg: “Het evangelie is geschreven rond het jaar 100. Dus geen verslag van toen, toen de veronderstelde historische Jezus nog leefde. Maar een weerslag van antwoorden op vragen van de gemeente van Christus op dat moment. Zo is hiermee een probleem in beeld van de gelovigen van toen. Zij moeten het zonder de lijfelijke Jezus doen. Maar voor hen is er geen sprake van verder gaan zonder Jezus nadat hij eerst met hen voortging. Zij hebben nog nooit een lijfelijke Jezus meegemaakt. Net als wij!”

Ik sla een brug vanuit het verhaal naar de hoorders van toen (Johannes het evangelie schreef) naar nu. En merk op dat bij Johannes Pasen en Pinksteren op één dag vallen. Stelt u zich voor. De opstanding is daar. Het leven is opgewekt. Maar kijk om je heen. Dan zie je geen Koninkrijk van God, maar woestijn. De gemeente van Christus in het jaar 100, vraagt zich af hoe dat zit. Met de wereld die doordraait, ondanks Pasen. In die kommervolle stand van zaken zegt Johannes dat Jezus dit zelf al heeft gezegd tot zijn discipelen! Dat hij heeft gezegd: “De Pleitbezorger, de Geest van de waarheid, wordt door de wereld niet gezien. De wereld kan Hem niet ontvangen en zal Hem dus niet kennen.” Hij is synoniem aan Jezus zelf. Die ook nog zegt: “Nog even en de wereld ziet Mij niet meer, want voor de wereld ben Ik dood en begraven.  “Maar jullie zien Mij wel, want Ik leef.”

De  Heilige Geest kan dus alleen in mensen wonen die er open voor staan.  Je kunt Jezus zien hoewel hij er niet lichamelijk is. Hoe werkt dat?

Voor het antwoord moeten we in de woestijn zijn. De woestijn beeldt in de bijbel ons bestaan uit. Wij moeten in het gewone bestaan zijn om Jezus te vinden. En wel in het hart daarvan. In het hart van de woestijn is de berg. Daar vandaan worden ze ons aangereikt, Gods leefregels. Van de berg komt Gods Woord en Wet. Dat Woord opent de ogen. Daardoor zie je Jezus als de levende. Natuurlijk niet als je in woorden blijft steken: het gaat om Gods Woord als geleefde werkelijkheid.

En dan is zomaar helder waarom Jezus de  koppeling maakt tussen ‘Hem liefhebben’ en ‘doen wat hij zegt’. “Wie Gods geboden volgt heeft Jezus lief en wordt geliefd door zijn Hemelse Vader. Zo Vader zo Zoon: Jezus en God vallen samen. En het Woord van God is samen te vatten in het woord liefde. Het bij elkaar horen van God en Jezus en de gelovige is een soort van wonen. Vader, Zoon en Heilige Geest wonen in mensen die uit liefde leven. Een mens is een huis voor God om in te wonen.

De mens is op aarde ontheemd. Maar hij heeft de mogelijkheid om een hemelse plek te zijn. De verweesden zijn geen wees meer als ze geworteld zijn in de geboden van de Heer. Niets kan ons scheiden van de liefde van Christus. Gods Geest is ten alle tijde overal waar liefde leeft. In goede doen is Gods Geest in ons bestaan. die Jezus is niet iemand die heeft geleefd. Als het goed is, als we in goeden doen zijn, als we het goed doen,  woont hij in ons (als Vader, Zoon en Heilige Geest). Jezus heeft niet geleefd (in de jaren  0 – 33), hij is er niet geweest. Maar leeft nu en altijd.

Volgende week ben ik met drie mooie vrouwen op Mallorca, dan dus geen blog.

(S)preken over Jezus terwijl hij niet heeft bestaan.

Onlangs zat een collega bij mij in de kerk. Dat inspireert (mij) altijd. Je bent je er dan, meer dan normaal, van bewust dat je niet zomaar onzin kunt uitkramen. Zoals men weet is dat de core business van menig predikheer (u mag zelf bepalen of ik één van hen ben). Na afloop was er geen ontmoeting. Corona, u weet wel. Met een mailtje kon dat gerepareerd worden. En zo bedankte ik hem voor zijn aanwezigheid. Ik weet dat hij mijn boek intensief bestudeert om daar later eens een bijeenkomst over te organiseren. Geweldig allemaal! Een kritische blik is nooit weg. En het laatste woord over de (niet) historische Jezus is met mijn magnus opus niet gesproken, mag ik hopen. Het zou wel heel curieus zijn als een eenvoudige Mulo-leerling, die zich daar met pijn en moeite doorheen zwoegde (pas op de HBS bloeide ik op) de wereldgeschiedenis op dit punt beslissend neerzet. Ik ben Galileï niet! De aanleiding voor deze blog ligt echter in iets anders. Tussen neus en ook lippen door merkte mijn collega op dat… Laat ik het niet in mijn woorden vertellen, maar via knippen en plakken doorzenden: “In de dienst van afgelopen zondag kwam je op mij op een heel ander manier over dan in het boek.”

Dat is iets om over na te denken. Je kunt hier verschillende kanten mee op. Ik beperk mij tot twee van de mogelijkheden. Het kan opluchting zijn. Een verzuchting in de tant van: hij is normaler ben dan ik dacht., hij staat dichter bij mij dan ik vreesde. Anderzijds kan het teleurstelling uitdrukken: Wel ferme taal in je boek schrijven, maar als puntje paaltje opzoekt, alles inslikken en veilig aanmeren bij de platgetreden paden.

Bij mijn weten is er geen verschil tussen de opvattingen die ik heb over de niet-historiciteit van Jezus en de preken die ik houd. Is mijn weten onwetendheid? Heb ik te maken met een blinde vlek in mij? Het leek mij wel een mooie uitdaging om dit te toetsen en in de spiegel van mijn eigen opvattingen te kijken. Met andere woorden: mijn preek te analyseren en te kijken of hierin een standaard- Jezus figureert, dan wel de mythische held uit het evangelie. 

Om het voor mijzelf spannend te maken heb ik het bovenstaande geschreven terwijl ik geen idee heb aan welke kant de weegschaal door zijn hoeven zakt. Links of rechts? De kwade of de goede kant? We gaan het zien.

De preek is gemaakt op basis van Johannes 14: 25v. Dat is de tekst van wezenzondag, de zondag tussen hemelvaart en pinksteren. Hierin neemt Jezus afscheid van zijn leerlingen. Op een dramatisch moment! Binnen een etmaal wordt hij opgepakt en gekruisigd.

Hij kondigt zijn dood aan. Let wel, dat is het verhaal. Als je uit de vertelling put, wil dit niet zeggen dat je meent dat het echt gebeurd is. Het omgekeerde is ook mogelijk. Dat je de tekst volgt en ervan uit gaat dat het een historisch verslag is. In plaats van ‘Dat is het verhaal’ is het dan correcter om te zeggen: ‘Dat is het verslag’. Uiteraard ben ik van: Dat is het verhaal. Die term laat ik in preken vaak vallen. Dat bespaart mij om iedere keer een uitwijding te geven met de opmerking: ‘Het is niet echt gebeurd hoor!

In de preek wijs ik op drie groepen van hoorders. Om te beginnen de leerlingen. Dan zijn we – als we historisch kijken, in het jaar 33 of zo. Ik citeer nu uit de preek: “Jezus is terminaal. Nog geen 24 uren scheiden hem van de dood en de leerlingen staan op het kruispunt van leegte en gemis. Van verlamming als alles hen uit handen wordt geslagen. Hoe nu verder zonder de lijfelijke Jezus?”

Ja, hoe nu verder als Jezus in geen velden of wegen te bekennen is? Daarover volgende week meer.

Verder naar beneden scrollen voor eerdere blogs

Een zonnige zondag

Afgelopen zondag keerde de warmte terug in ons land, en dat was voor mij ook in ander opzicht het geval. En wel via één van de lezers van deze blog. Laat ik hem Ronald noemen. Hij woonde een kerkdienst bij en had iets voor mij meegebracht. Koffiedrinken in de kerk kan nog niet, maar die voorziening kon ik thuis wel bieden. Met nog twee andere kerkgangers bevonden wij ons even na elven in mijn zonovergoten achtertuin. Zo voorzag ik maar liefst 15% van de kerkbezoekers van de genoemde drank. Bovendien zelfgebakken koekjes. Het nadeel daarvan is dat de aanwezigen wel moeten zeggen dat ze smaken (hetgeen zij deden). Het paradijs moet hierbij vergeleken van geringe betekenis zijn. Het werd nog veel mooier voor mij, toen Ronald mij, een, naar hij zei ‘aardigheidje’ overhandigde. Aardig was het zeker, doch de betekenis strekte verder dan dat. De verpakking alleen al beloofde veel, ik zag het logo van FC Utrecht. De inhoud maakte de belofte waar. Een FC Utrecht shirt, in de gedaante van een wielershirt. Dat zijn twee vliegen in één mep. Ronald wist van mijn fietsaffiniteit. Voor wie het nog niet wist: Ik ben een soort Annemiek van Vleuten, zij het dat ik iets langzamer ga. Om volledig te zijn, kruipele wandelaars gaan sneller bergop dan ik. Maar ik haal alles. Geen top is mij te hoog, geen dal is mij te diep. Mits men mij tijd gunt. Van mijn onderbuikgevoel voor FC Utrecht weten trouwe lezers van deze blog. Ik heb FC Utrecht wel eens beschrefen in termen van, zo’n beetje het belangrijkste van dit bestaan. Dat was een understatement. Vreemd genoeg houdt Ronald van Feyenoord. Wat ons verbindt is dat wij de sterke gevoelens bij elkaar herkennen, voor de betreffende club. Met voetballers die zelden uit Utrecht of Rotterdam komen, hun zakken ongeneerd vullen en van clubtrouw doorgaans weinig kaas gegeten hebben. Je hebt er niks mee en toch… Hoe dan ook, clubliefde is herkenbaar. Zoals, bijvoorbeeld, een moslim een christen van binnenuit kan begrijpen. Als ik zwarte pijpengekrulde joden de tempelberg zie beklimmen kost het mij weinig moeite hen voor mij te zien met IS-vaandels. Ook komen vanzelf de Rednecks in beeld als zij het Capitool bestormen, bereid om voor Donald te moorden. You name it en we will kill. In the name of God. Eng volk, die religieuzen van welke kleur ook. (Dogmatische atheïsten houd ik ook het liefst verre van mij).

Leerstellige moslims zijn wezenlijk hetzelfde als dogmatische christenen. Liberale gelovigen van alle soorten zijn één pot nat, evenals voetbalsupporters van tegengestelde kleuren. Ronald en ik behoren niet tot de fantiekste soort, maar zijn ook geen passieve kijkers die het spel afstandelijk volgen. Hij bezoekt de kuip met zijn zonen, ik ga vanaf komend seizoen de Galgenwaard in met mijn zoon. Een jaar vóór mijn pensioen houd ik het niet langer uit, ik wil niet meer wachten en neem voor lief dat ik wel eens een wedstrijd zal moeten missen. (Zoals bekend werken dominees slechts één uur per week, maar wel altijd op zondag). De kuip is een warm bad, de Galgenwaard is… weet ik veel. Het klinkt in ieder geval niet goed,. maar het is er goed toeven als je Utrechter bent.

Het FC Utrecht wielrenshirt zat (zit) mij als gegoten. Het koffiegesprek ging, haast vanzelf, over beleving. Ronald was als kind gegrepen door wat hij, de magie van een avondwedstrijd noemde. De kuip badend in het licht. Hij hoefde het mij niet uit te leggen, woorden zijn overbodig als de diepe laag wordt geraakt. Een jaar of twintig geleden was ik te gast bij PSV. De wedstrijd zelf, hoewel een Brabantse derby, was saaier dan de baard van Sinterklaas, maar de opmaat was… een beleving. Magie! Met als climax, bij de opkomst van de gladiatoren, ‘Simply the best’van Tina Turner. Bij de FC Utrecht voel ik mijn buik en op gevoelige momenten vocht in de ogen als ‘The eye of the tiger’ van Survivor door de speakers schalt en de bezoekende club al bij voorbaat kansloos maakt. (Helaas begrijpen sommige tegenstanders dat niet en verlaten deze met drie wedstrijdpunten in de tas per autobus de Domstad; soms is de tijger van papier, moet ik tandenknarsend erkennen). De beleving toen, bij PSV, was het moment waarop de Baafse Beleving in mijn hart werd geplant. De Baafse Beleving is een viering, waarin we kerkdienst en concert tot symbiose brengen. Tamelijk succesvol; in de Sint Baafskerk hebben we bij Baafse Belevingen drie keer meer bezoekers dan normaal.

Voetbal, wielrennen, kerkgang, tijd op een terras, en nog veel meer, kan beleving zijn. Het leven kan beleven zijn. Maak wat van uw leven, want het duurt maar even. Ik zeg: Bibian Mentel. Verdere uitleg overbodig. Zij telde haar zegeningen en is tot zegen geworden over de grenzen van haar dood heen.

Voor eerdere blogs omlaag scrollen

4-5

Op het snijvlak van 4 en 5 mei

Ademt de atmosfeer verdriet

Hier en daar kwettert een vogel

Stilte om het onvoorstelbare te horen

De stille aanwezigheid ervaren

Van levens

Die hun leven gaven

Niet vrijwillig

Omdat de dood hun pad kruiste 

Loodzwaar

De holocaust

Onvoorstelbaar

Ondraaglijk

Onaanvaardbaar

Goddank geeft de dag erop

Draagkracht

Vogels vliegen

Wij kwetteren bevrijd

Het een maakt het ander niet goed

Maar geeft kracht op te staan

Dankbaar niet vergeten

Als drie na acht het Wilhelmus klinkt

Spiegelen mijn tranen

Waar is het geheim?

De mirakels! Die willen we. De christenen, die praktisch allemaal geloven in het bestaan van een historische Jezus, zoeken zijn kracht in datgene wat niet historisch aan hem is. Ik moet mijzelf nu corrigeren. Ik redeneer vanuit onze situatie: Europees christelijk, het gezond verstand intact. Wereldwijd slikken veel meer christenen dan het Europese smaldeel, alles voor zoete koek. Christelijke gelovigen op wereldschaal zien de wonderen als echt gebeurd. Daar hebben ze nog gelijk in ook! Ik bedoel: zij zijn consequent. U niet. De (meeste) lezers van deze blog zitten ernaast. U neemt een veilige middenpositie in en houdt niet alles voor echt gebeurd. Welnee, stel je voor! Blinden genezen, lammen doen opstaan, doden opwekken? Dat kan echt niet, voelt u aan uw doopwater. En uw gezonde verstand. blaast het partijtje mee. Maar geesteswind is het niet. U manoeuvreert ertussen door. Dat doet u om vast te kunnen houden aan een Joodse man die rond het jaar 33 rondging en door de Romeinen werd gekruisigd. Opgehitst door religieuze machthebbers. Conservatief en bekrompen. Onder hen vooral de overpriesters. Dat mooie plaatje past prima. U bent immers niet bekrompen maar vrijdenkend. Voordeel: u hoeft in deze schets uw historische Jezus niet los te laten. Vast en zeker staat hij. Tot en met de opstanding. Van mij mag het. Ik zeg altijd maar: Doe en denk wat voor u comfortabel is. Wel blokkeert u op deze wijze de toegang tot de schatkamer van geloof. Die zich uitspreidt als je de antenne ontwikkelt om op de diepere laag die onder het verstand schuilgaat te komen. Daarover gaat het bijvoorbeeld in de gelijkenis die Jezus vertelt over een schat in de akker. Het evangelie is schatrijk. Het verzonnen historische gedeelte daarvan is het sausje eroverheen, dat is niet meer dan de akker. Die zie je liggen. En hij ziet er helemaal niet slecht uit. Velen hebben er genoeg aan. Vertel mij wat, ik leef in Zeeuws- Vlaanderen onder de akkerbouwers. Prachtig hier, niks meer aan doen, alleen bewerken. Als je er genoeg aan hebt ga je niet graven. Op dat punt gaat het mis, het edelmetaal blijft verborgen als je niet in het evangelie graaft naar de diepere lagen.

Degenen die de evangeliën letterlijk nemen – inclusief de wonderen – hebben meer gelijk dan zouteloze gelovige die veilig over de middenweg wandelen (en niet eens struikelen!). Ik behoorde het grootste deel van mijn geloofsleven bij die groep en ken ze dus door en door. Middenweggelovigen kiezen ervoor dat enkele wonderen wellicht echt gebeurd zijn maar de meeste niet. Het gezond verstand gered! Ik wens u geluk daarmee. De opstanding van Jezus zelf wordt in dit plaatje een aparte categorie. Die is, vindt u, uniek. Enerzijds wel, anderzijds niet echt gebeurd. Zo wazig moet het, want bij alleen maar ‘niet’ kruis je je eigen eeuwige leven door. Een beetje hoop dat het na jouw levenstijd nog met je doorgaat willen velen het liefste behouden. Dus maak je er iets schimmigs van. Ik ben aan die hoop voorbij. Het eindigt voor mij persoonlijk na dit leven. En daar kan ik mee leven.

Het hoeft niet in de mist te blijven. Het evangelie is raadsel maar Paulus lost het op. Nota bene voordat het evangelie geschreven is, reikt hij ons al aan hoe je het moet lezen. De apostel spreekt van een opstandingslichaam. Dat is de sleutel. Steek hem in het slot en draai de deur naar de schatkamer open. Er is wel zeker een opstanding. Sterker nog: de opstanding is de kern van ons geloof. Maar geen lijk is gaan lopen, u blijft na uw dood stil liggen. De lichamelijke opstanding is voor ons allen een mogelijkheid. Paulus vertelt ons hoe. Ik zou het nu graag in enkele regels schetsen, helder op een A4tje voor eens en voor altijd. Maar dat is onmogelijk. De rijkdom die Paulus aanreikt is niet op eigen kracht te verstaan en al helemaal niet op basis van ratio. Men dient ingewijd te worden. Hadden we kunnen weten! Ons geloof is een mysteriereligie. Wat ons weer terugvoert naar de rationele groep. Voor hen is er geen mysterie aan. Kijk maar mee. Een historische figuur werd onrechtmatig gekruisigd, kreeg na zijn dood aanhang, uiteindelijk wereldwijd. En de opdracht is: Leef net als hij, leeft liefde. Niks mis mee. Maar waar is het mysterie?